Mondelinge vaardigheden: meer dan kennisarme ‘chit-chat’

 

 Mondelinge vaardigheden: meer dan kennisarme ‘chit-chat’

  



 Jan T'Sas -  Universiteit Antwerpen


Waarover gaat het?

Na weer een hele mediastorm over de recente PISA resultaten vooral rond taal, gaat Jan T’ Sas, op vraag van de redactie Impuls, in op een erg verwaarloosd gebied in de didactiek van het taalonderwijs: de mondelinge taalvaardigheid. Door een al te enge kijk op meetbaar taalgedrag worden vaak essentiële taalaspecten verwaarloosd waardoor toetssystemen een verengd en kunstmatig beeld suggereren van wat taal echt is. Productieve vaardigheden als mondeling en schriftelijk taalgebruik lenen zich nauwelijks tot exacte metingen. Ze vragen naar aangepaste en meer kwalitatieve evaluatiepraktijken. De auteur wijst vanuit eigen wetenschappelijk onderzoek op de hiaten van de PISA-retoriek en verbaast zich over de modelfunctie die Engeland wordt toebedeeld.

 

Realistisch kijken naar PISA

Het wordt afgezaagd: de nieuwe PISA-cijfers zijn er en hops, het mediagenieke gestruikel om oorzaken te benoemen is weer voor enkele weken aan de gang. Een bloemlezing uit wat zoals in de kranten en op social media te lezen valt: te weinig leerkrachten, te weinig mannelijke leerkrachten, te veel beginnende leerkrachten met te weinig culturele bagage, TikTok, de leerling te centraal, de lat nog te laag, en uiteraard mocht ook de term pretpedagogie niet ontbreken om al het niet-huidige beleid de zwarte piet toe te schuiven. Of hoe oneliners de complexiteit van de onderwijswerkelijkheid ontkennen. Dan had onderwijsminister Demir zich iets beter voorbereid door aan te geven dat de vruchten van haar beleid pas over tien jaar zullen geplukt worden. Benieuwd. Opvallend is ook dat sommige PISA-adepten uit het onderwijsdiscours zich voor het eerst hebben uitgelaten in termen van ‘PISA zegt ook niet alles’. Het doet me spontaan sdenken aan een spreekwoord dat mijn moeder al eens gebruikte: ‘Als de duivel oud wordt, gaat hij onder de preekstoel zitten.’ Mooi toch hoe actueel die oude spreekwoorden blijven.

Van gezonde realiteitszin getuigde in elk geval Rianne Janssen, directeur van het Leuvense Instituut voor Onderwijsonderzoek (LIVO) van de KULeuven. In haar opiniestuk in De Standaard van 6 september schrijft ze:  “PISA werpt licht op bepaalde aspecten van het onderwijs, maar laat andere zaken onderbelicht. Het fungeert als lens, maar eveneens als filter. […] Leentjebuur spelen bij landen die wel goed presteren kan inspirerend zijn voor het onderwijsbeleid, maar biedt geen garantie op succes.” Terecht spreekt ze wat dat laatste betreft van ‘onderwijstoerisme’: landen die het goed doen in de PISA-cijfers werden en worden plots lichtende voorbeelden en wat daar gebeurt wordt – vaak ‘cherry picking’-gewijs - gekopieerd. In 2011 werd Finland ons rolmodel, tot dat land het plots minder goed begon te doen. Voor leesvaardigheid dook daarna Ierland op en omdat de voorbije jaren Engeland zoveel PISA-progressie heeft gemaakt, werden alle schijnwerpers vervolgens daarop gericht. Britse onderwijsexperts kregen zelfs de leiding bij de ontwikkeling van een kennisrijk curriculum in ons onderwijs. Of dat over tien jaar ons land naar het PISA-zenit zal sturen? Geen idee. Opvallend overigens dat Estland met zijn uitstekende PISA-cijfers nog geen reisbestemming voor het onderwijskabinet is geworden, maar oké, dat ligt dichter bij oorlogsgebied.

Het Engelse ‘model’

Engeland dus. Wat is daar eigenlijk gebeurd? In 2014-15 lanceerde het onderwijsbeleid er na dalende leerlingprestaties voor centrale toetsen een curriculumvernieuwing met kennis als focus. De vaardigheden verdwenen niet uit het nieuwe curriculum maar werden uitgedund. Spreekvaardigheid kreeg (opnieuw, maar daarover later meer) een lagere status dan de vaardigheden lezen en schrijven. De toenmalige onderwijsminister zou hierover letterlijk gezegd hebben: ”We’re not going to teach our children how to chit-chat, are we?” In de praktijk hadden leerkrachten overigens nog nauwelijks tijd om op mondelinge vaardigheden in te zetten. Velen voelden zich gedwongen een onderwijsaanpak te hanteren die wel efficiënter heette te zijn voor kennisoverdracht, maar waarin mondelinge vaardigheden, laat staan de didactische inzet ervan als leermiddel, amper nog een plaats kregen. In 2013 was spreekvaardigheid door het beleid bovendien al uit de GCSE’s (de eindtoets voor 16-jarigen) geschrapt, waardoor leraren impliciet de boodschap kregen dat dit niet meer zo belangrijk is.

Nochtans is er uitgerekend in Engeland sinds de jaren zeventig, met een boost begin jaren negentig, heel wat wetenschappelijk bewijs geleverd voor leerwinst, op allerlei vlakken, van onderwijs in mondelinge vaardigheden. Een onderzoeksgroep aan de universiteit van Cambridge, aangestuurd door o.a. Neil Mercer, heeft daar baanbrekend werk rond verricht. Hun onderzoek ging jarenlang samen met materiaalontwikkeling en praktijktests in scholen. Daaruit groeide een didactiek van dialogisch onderwijs, met als sterk vernieuwend element het concept van exploratieve gesprekken tussen leraar en klasgroep enerzijds en tussen leerlingen onderling anderzijds. Kort gezegd volgt een exploratief gesprek vaste basisregels die kunnen worden aangeleerd en toegepast in alle leergebieden: de ander aansporen om input te geven, elkaar niet onderbreken, argumenten en tegenargumenten formuleren, constructieve feedback geven, respect hebben voor elk idee, waaromvragen stellen en tot een gezamenlijke, rationeel onderbouwde consensus proberen te komen, ook als dat laatste ‘we agree to disagree’ inhoudt.

Ondanks het succes van deze aanpak en empirisch bewezen leerwinst in de klas - ik wist dit in vijf Vlaamse scholen te bevestigen via mijn doctoraatsonderzoek in de periode 2014-2018 - legde het beleid andere prioriteiten. “Daar stonden onze leerlingen dan met al hun kennis. Ze dreigden de vaardigheden te missen om erover te communiceren”, vertelde Amy Gaunt me onlangs. Haar naam zegt u waarschijnlijk niet veel, maar Gaunt is onderwijsdirecteur van ‘Voice 21’. Dat is een project dat reeds in 2015 in Cambridge werd opgericht, als reactie op het nieuwe, vaardigheidsarme curriculum. “We wilden meer doen dan onze knowhow verloren laten gaan”, vertelt ze. “We besloten rechtstreeks samen te werken met scholen die het belang van mondelinge vaardigheden erkennen en in de praktijk wilden blijven toepassen.” Dat was nodig, want na de invoering van het nieuwe curriculum wist amper de helft van de Britse leerkrachten nog wat ze zelf moesten kennen en kunnen, en welk lesmateriaal ze konden gebruiken om hun leerlingen mondeling vaardiger te maken. Er was werk aan de winkel.

Voice 21 bouwde een breed referentiekader uit dat onderwijs in mondelinge vaardigheden vanuit vier grote invalshoeken benadert: fysiek, taalkundig, cognitief en sociaal-emotioneel. Het gaat dus om veel meer dan de juiste woorden kiezen, letten op je uitspraak of iemand laten uitspreken. Nu, tien jaar later, maken meer dan 1100 scholen deel uit van het Voice 21 netwerk. “En we zien daar positieve resultaten”, aldus Gaunt: “90% van de leerkrachten merkt dat de mondelinge vaardigheden van hun leerlingen opvallend verbeterd zijn. 75% stelt bij hun leerlingen meer studiemotivatie vast en 77% merkt dat de leerlingen ook veel aandachtiger zijn in de les. Bovendien laten ze hogere scores noteren in begrijpend lezen en ontwikkelden ze een grotere woordenschat.” Opvallend: sinds Covid is het Engelse onderwijsbeleid ondanks de kennisfocus toch weer het belang van mondelinge vaardigheden gaan inzien. Tijdens een verkiezingsspeech in juni 2023  zei de toenmalige premier Keith Starmer: “Let us make oracy a priority at all stages of education so that every young person leaves school with the confidence and skills to use their voice to overcome barriers and make the most of their lives.”

‘Orcay’, de derde pijler

Mondelinge vaardigheden vallen bij ons onder taalonderwijs en zijn decennia lang stiefmoederlijk behandeld, zowel in de klas als in onderzoek. Nochtans zijn ze meer dan een kwestie van taal. Reeds in 1965 lanceerde de Britse onderzoeker Andrew Wilkinson het begrip ‘oracy’. Hij stelde vast dat de gesproken taal in onderwijs op schaamtelijke  wijze genegeerd werd en riep de term in het leven om mondelinge vaardigheden op dezelfde voet te zetten als ‘literacy’ en ‘numeracy’ (lees- en rekenvaardigheid). Een derde, evenwaardige onderwijspijler dus.

Oracy is meer dan een communicatieve vaardigheid. Het is ook een middel voor denken, kennisconstructie, democratisch burgerschap en identiteitsvorming. Inzetten op mondelinge vaardigheden in onderwijs is inzetten op samenwerking, redeneren, kritisch denken. De kwaliteit van onderwijs in mondelinge vaardigheden is zelfs een bewezen voorspeller van leerprestaties op latere leeftijd. Tegelijk zijn goed ontwikkelde mondelinge vaardigheden een basisvoorwaarde voor geletterdheid en een fundament voor lezen en schrijven. Mondelinge vaardigheden hebben dus een emancipatorisch karakter. Dit wordt ook op Leerpunt, op basis van tientallen internationale studies, erkend. Daar lezen we onder meer:

  • Gemiddeld gesproken is het effect van mondelinge taalvaardigheid groot op de resultaten van de leerlingen, namelijk zes maanden extra vooruitgang.
  • Interactie om te leren is een sleutelelement in interventies rond mondelinge taalvaardigheid.
  • De evidentie is het sterkst bij mondelinge taalinterventies die geïntegreerd zijn in het bestaande curriculum.
  • Interventies in scholen bleken meer effect leken te hebben naarmate het aandeel van leerlingen uit kansengroepen toenam.

Toen door ons onderwijsbeleid voor het eerst werd gesproken over de invoering van een kennisrijk curriculum en input vanuit Engeland, hield ik mijn hart vast. Al te vaak zijn we via de media namelijk geconfronteerd met een polariserend discours: of kennis, of vaardigheden. Ondanks het aanhoudende mitrailleurvuur op vaardigheden, lees ik in de nieuwe, kennisrijke minimumdoelen basisonderwijs wel doelen voor het volwaardige drieluik lezen, spreken en gespreksvaardigheden, met inbegrip van leren via interactie. Dat zit zelfs beter in elkaar dan wat we in de eindtermen hadden. Bij gespreksvaardigheden gaat het namelijk niet enkel over bijvoorbeeld kunnen discussiëren maar ook over leren door interactie, en laat dat nu net zijn waar het bij exploratieve gesprekken om gaat. Jawel, taal als leermiddel. De voorbije jaren is daar in de Lage Landen ook meer aandacht voor gegroeid, maar echt gerustgesteld ben ik nog niet. Want zullen de Vlaamse leerkrachten in een kennisrijk curriculum tijd kunnen en willen vrijmaken voor mondelinge vaardigheden en taal als leermiddel of dreigen de ‘wijze lessen’ van het Engelse scenario uit 2015 de overhand te krijgen?

In Nederland, dat wij Vlamingen steevast roemen om zijn vlotte spreek- en debatcultuur, heeft de inspectie onlangs vastgesteld dat de gespreksvaardigheden van leerlingen erop achteruit gaan. Welnu, de Nederlanders zijn niet bij de pakken blijven zitten. Op 21 mei jl. mondde een symposium over het thema, waaraan ik mee mocht bijdragen, uit in de ondertekening van een Agenda Mondelinge Vaardigheden voor het basisonderwijs. De agenda omvat een engagement voor onderzoek, materiaalontwikkeling en netwerkvorming zoals Voice 21 gerealiseerd heeft. Als enige Vlaming op het symposium keek ik daar met plezier maar ook enige jaloersheid op toe. In deze tijden van fake news, complottheorieën, interculturele misverstanden en polarisering verdient oracy ook in Vlaanderen meer aandacht dan het tot nu toe gekregen heeft. Of laat het op zijn minst niet de mond gesnoerd worden.

Meer weten over onderzoek, lesmateriaal mondelinge vaardigheden en het project Voice 21? Zie https://neejandertaal.be/sprekend-leren/ en https://voice21.org/



Sinds jaargang nr. 53 verschijnt Impuls - Onderwijstijdschrift voor leidinggevenden bij uitgeverij Gompel & Svacina

Doe je zelf en je team een cadeau met een abonnement op Impuls

De rechtstreekse link naar een abonnement is: https://gompel-svacina.eu/product/impuls-abo/

 


Lees IMPULS – Onderwijstijdschrift voor leidinggevenden

Je onderwijsteam enthousiasmeren en engageren is cruciaal. Impuls helpt daarbij. Het biedt als enige onafhankelijk tijdschrift ter zake een waardevolle ondersteuning aan schoolleiders. Impuls publiceert vier keer per jaar artikelen, interviews, recensies en achtergrondinformatie over schoolleiderschap. Tussentijdse blogberichten geven kritische opinies bij de actualiteit.

Abonneren op het tijdschrift IMPULS:

https://gompel-svacina.eu/product/impuls-abo/

 

 

 

Reacties