Onderwijswetenschap als kwispelende puppy van het Vlaamse beleid?
Peter Verluyten is docent in het volwassenenonderwijs bij CVO Qrios
Waarover gaat het?
Een deel van het onderwijsonderzoek legt nogal hardnekkig de nadruk op efficiëntie en cognitieve leerwinst. Deze strekking voelt zich bovendien gesterkt door het huidige (politieke) klimaat. Dit resulteert in een vrij luidruchtig en rücksichtslos discours richting evidence-based onderwijs. De pedagogie wordt verdacht gemaakt (‘pretpedagogie’) en het verwerven van kennis via didactische wetmatigheden lijkt de enige heilzame weg. Maar trekken we hiermee niet de ziel uit het onderwijs? Maken we er zo geen neutraal en kleurloos traject van dat enkel dient om de economische vragen van de maatschappij in te vullen (en dat is dan weer niet zo neutraal). Bovendien kunnen we de vraag stellen of we dan wel nog leerkrachten nodig hebben. Ook een getrainde bot kan louter uitvoerende didactische taken op zich nemen. Dit soort beleid heeft op lange termijn zeer onfrisse gevolgen voor de volwaardige ontwikkeling van de lerende én voor de positie van de leraar.
Enkele weken geleden konden we in de media lezen dat er het een en ander misloopt bij de oprichting en de toekenning van het nieuwe expertisecentrum voor onderwijs. Vandaag kunnen we in de pers lezen dat ook de Inspectie van Financiën spreekt van ‘geen goed beleid’. We vernamen dat minister Zuhal Demir dit dossier pusht in de richting van het centrum Onderwijs en Leren verbonden aan Thomas More. Tim Surma, het hoofd van dit centrum, is een bekend pleitbezorger van het evidence-based en -informed onderwijs en het ‘kennisrijk curriculum’. Ik heb zelf helemaal geen zicht op mogelijke malversaties bij de toekenning van het expertisecentrum, daar wil ik het dus niet over hebben. Ik wil het in deze bijdrage wel hebben over onderwijswetenschap en de verhouding tot het Vlaamse onderwijsbeleid. Over wat wetenschap is of zou moeten zijn, worden boeken vol geschreven. Allemaal heel interessant (echt waar!), en het laatste woord is er zeker nog niet over gezegd. Maar ik denk dat iedereen het er toch over eens is dat een bepaald onderwerp of vakgebied op een genuanceerde wijze bestudeerd moet worden. Dit betekent dat de onderzoeker alle mogelijke invalshoeken in overweging neemt, de beperkingen van zijn werkwijze kent en zich bewust is van zijn referentiekader. In onderwijswetenschap vraagt dit een open geest voor zowel een meer positivistisch perspectief als een meer waardegedreven perspectief waar ook intuïtie en kennis uit de praktijk gewaardeerd worden. Door deze wederzijdse bevruchting komen empirische en meer normatieve inzichten op één lijn te liggen.
Het lijkt wel alsof er zich een soort ideologisch geïnspireerde bewustzijnsvernauwing voltrekt.
Helaas wringen daar in (delen van) de onderwijswetenschap toch wel een paar schoentjes. Het lijkt wel alsof er zich een soort ideologisch geïnspireerde bewustzijnsvernauwing voltrekt. De enige stemmen die luid klinken, zijn deze uit de evidence-based hoek. Deze onderwijswetenschappelijke strekking baseert zich vooral op inzichten uit de cognitieve psychologie en lerareneffectiviteitsstudies. Deze studies zijn geïnspireerd door de random controlled trials uit de geneesmiddelenindustrie en dus het product van een natuurwetenschappelijke benadering. Het idee is: leraar X probeert een methode uit en de resultaten van deze leerlingen worden vergeleken met de groep van leraar Y die zonder deze methode werkte. Als de leerlingen bij leraar X beter scoren, werkt de methode. Klinkt logisch, niet? En toch. Deze aanpak werkt prima voor het ontwikkelen van geneesmiddelen, maar is helaas geen wondermiddel om een onderwijsaanpak te bepalen. De variabelen in het onderwijs zijn immers niet stabiel: leerkrachten verschillen van mekaar, leerlingen verschillen van mekaar, de schoolcontext verschilt van elkaar, … Er zijn weinig middelen en methodes die je zomaar achteloos uit de kast kan trekken en waarvan je zeker bent dat ze werken. Er is geen ‘bewijs’ in het onderwijs. De termen evidence-based en -informed zijn wat mij betreft dan ook misleidend. Beter is het te spreken over ‘onderbouwd’ onderwijs. Het valt me trouwens op dat een deel van het evidence-basedgild erg ongenuanceerde meningen spuit over bijvoorbeeld projectwerk, ervaringsgericht onderwijs en alles wat niet past binnen hun smalle visie. En daarbij wordt ook nog eens bijzonder selectief omgesprongen met bronnen.
Kunnen we dan niets leren uit die onderzoeken? Natuurlijk wel. In ‘Wijze Lessen, twaalf bouwstenen voor effectieve didactiek’ - zowat het meeste gepromote onderwijsboek van de laatste jaren - kunnen we onder andere tips lezen over het geven van een duidelijke instructie, het verspreiden van oefeningen bij nieuwe leerstof en het combineren van woord en beleid. We leren dan bijvoorbeeld over het coherentieprincipe (‘overlaad je PowerPoint niet met extra cartoons’), het modaliteitsprincipe (‘bij beelden kun je beter praten, dan er tekst bij te zetten’), het nabijheidsprincipe (‘hoe dichter de woorden bij de beelden staan, hoe beter’) en het overbodigheidsprincipe (‘vermijd beeld in combinatie met geschreven en gesproken woorden’). Maar eerlijk gezegd - en ik wil er geen karikatuur van maken - als je iemand zou bevragen over de impact van zijn schoolleven en de leerkrachten en het onderwijs dat hij of zij heeft genoten, denk ik niet dat er veel mensen gaan zeggen: ‘Ik herinner me die sobere en duidelijke PowerPoint, waarbij de woorden lekker dicht tegen het beeld stonden’.
OK, dat is een beetje gechargeerd, maar tegelijkertijd is het toch duidelijk dat heel dat verhaal van een ‘effectieve didactiek’ maar een deel van de waarheid is. Net als dat een kennisrijk curriculum ook maar een deel van het verhaal is. Naast kennisoverdracht en het meten van cognitieve prestaties is er ook nood aan een sociale en emotionele ontwikkeling. Ook aspecten als motivatie en participatie zijn van belang.
Deze verenging van het onderwijsonderzoek vind ik een kwalijke zaak. Het lijkt wel alsof een grote groep academici en opiniemakers niet meer openstaan voor een bredere en genuanceerdere aanpak. Door de doorgedreven psychologische insteek is de pedagogische benadering het kind van de rekening geworden en dat is niet correct. Onderwijs is geen neutrale en louter didactische bezigheid. Er is méér dan efficiëntie en gegarandeerde leerwinsten. Er zijn ook waarden in het spel. We leiden niet alleen toekomstige werklui op, maar ook burgers van een samenleving. Een leraar is niet enkel een neutrale instructeur maar ook een gids in een complexe wereld. Of dat hoop ik toch!
Het werk van een leerkracht is geen eenduidige bezigheid
Het werk van een leerkracht is geen eenduidige bezigheid, maar een zoektocht, een enigszins morsig proces waarbij de leerkracht zijn ervaring inzet, overlegt met collega’s, gebruik maakt van resultaten uit onderwijsonderzoek en waarbij hij beseft dat de relatie die hij met de leerlingen ontwikkelt minstens even belangrijk is als geteste en meetbare methodieken.
Ter illustratie hiervan: zelfs in het onderzoek van John Hattie, een van de vaders van de 'effectieve didactiek', blijkt volgens zijn meetmethode dat de relatie leerling-leraar een heel groot effect heeft. De vakkennis van de leerkracht heeft dan weer amper een effect. Moeten we dan besluiten dat de leerkracht geen vakkennis nodig heeft? Ik denk het niet. Het onderwijsproces is gewoonweg niet kwantificeerbaar.
Om af te ronden leg ik de link met het beleid van de minister van Onderwijs. Het (Vlaamse) onderwijsdebat wordt gedomineerd door een eenzijdige psychologische benadering en een kennisfocus. De politiek versterkt dit nog. Er vindt een soort paringsdans plaats tussen de Vlaamse politiek en de wetenschap van empirische veralgemening. Dit zorgt voor een ‘arme’ en ongenuanceerde wetenschap en een overdreven promotie van al te klinische didactiek. Dit leidt er uiteindelijk ook toe dat leraren zullen herleid worden tot uitvoerders van technocratische algoritmes. Het onderwijs belandt op die manier in een fuik die op lange termijn veel schade kan aanrichten. Deze manier van werken kan er in een ultiem scenario zelfs toe leiden dat er helemaal geen leerkrachten meer nodig zijn. AI of een gerobotiseerde lesgever kan even goed algoritmes volgen. Die wordt zelfs nooit moe en is dag en nacht beschikbaar. Het kennispakketje wordt netjes overgedragen naar de ontvangende leerling, cursist of student. Maar is dat de volheid van onderwijs? Ik hoop het niet. Het is er wel een deel van, jazeker. Kennis is van belang. Ik ben het niet eens met de stelling dat we jongeren (of volwassenen) niet meer moeten lastig vallen met feiten en ‘weetjes’, want alles kan immers snel opgezocht worden. Kennis geeft het leven meer diepgang en het zorgt voor kansen én plezier. Maar mogen we ook hopen dat onderwijs een denkproces op gang zet waarbij de lerende wordt uitgedaagd om zich te verhouden tot de uitdagingen van de maatschappij, waarbij een leerkracht zijn persoonlijkheid in de schaal legt om werkelijk contact met de lerende te zoeken, die vertrouwen geeft aan wie twijfelt en die twijfel zaait bij wie te weinig twijfelt, …
Laat je geen protocollen aanpraten
Daarom richt ik me nog even tot de leerkracht: laat je geen protocollen aanpraten. Er zijn geen universele wetten in het onderwijs. Lees over onderwijs, jazeker, informeer je goed, praat erover, maar volg ook je intuïtie. Vertrouw op je vakmanschap en zoek naar verbinding. Zet in op je sterktes en inspireer. Dan zullen jouw leerlingen zich later nog herinneren hoe jij het verschil maakte.
En uiteráárd wordt er ook zeer gedegen en genuanceerd onderwijsonderzoek gevoerd. Maar deze stemmen klinken in het debat een stuk minder luid. Ze zijn bescheidener en minder schreeuwerig. Omdat ze beseffen dat dé waarheid in deze niet bestaat.
Sinds jaargang nr. 53 verschijnt Impuls - Onderwijstijdschrift voor leidinggevenden bij uitgeverij Gompel & Svacina
Doe je zelf en je team een cadeau met een abonnement op Impuls
De rechtstreekse link naar een abonnement is: https://gompel-svacina.eu/product/impuls-abo/
Lees IMPULS – Onderwijstijdschrift voor leidinggevenden
Je onderwijsteam enthousiasmeren en engageren is cruciaal. Impuls helpt daarbij. Het biedt als enige onafhankelijk tijdschrift ter zake een waardevolle ondersteuning aan schoolleiders. Impuls publiceert vier keer per jaar artikelen, interviews, recensies en achtergrondinformatie over schoolleiderschap. Tussentijdse blogberichten geven kritische opinies bij de actualiteit.
Abonneren op het tijdschrift IMPULS:
https://gompel-svacina.eu/product/impuls-abo/

Reacties
Een reactie posten