Een gedragsbeleid begint niet op school
Jan T'Sas - Universiteit Antwerpen
Waar gaat het over?
Deze blog gaat over klasmanagement. Hij gaat in op het actieplan van onderwijsminister Zuhal Demir om gewenst gedrag op school te bevorderen en ongewenst gedrag te begrenzen. Het plan bevat verschillende ingrediënten, zoals onder meer een task force die scholen tijdelijk kan overnemen, de verplichte gedragsexpert in elke school en de mogelijkheid voor schooldirecties om lockers van leerlingen te controleren. Mijn kritiek op dit plan is dat het een doekje voor het bloeden is, omdat de problematiek het domein onderwijs ver overstijgt. Ik ga ook dieper in op oorzaken van de ‘teloorgang’ van respect voor de leerkracht.
Problemen met klasmanagement en gedragsbeleid op school? Onderwijsminister Zuhal Demir lanceerde daarvoor een actieplan, daarover kon u al lezen in de krant. Het plan omvat onder meer de inzet van een taskforce die “het beleid van de school voor een afgebakende periode kan overnemen”. De inspectie kan scholen tot die begeleiding verplichten. Alle scholen moeten bovendien een gedragsexpert aanduiden en directies mogen lockers van leerlingen controleren op hun inhoud. De onderliggende bedoeling van het plan is nobel en duidelijk: “gewenst gedrag” op school bevorderen en “ongewenst gedrag duidelijk begrenzen”, en in het kielzog daarvan een leervriendelijke(re) omgeving realiseren. In steeds meer Vlaamse scholen is dat namelijk problematisch.
“Gewenst gedrag” op school bevorderen en “ongewenst gedrag duidelijk begrenzen” is in steeds meer Vlaamse scholen problematisch.
Het actieplan botste (en botst) op kritiek van zowel de onderwijskoepels als directies en leerkrachten. Dat is begrijpelijk. Enerzijds zijn er juridische en pedagogische bezwaren, anderzijds gaat het task force-idee wel heel ver. Het is ook weinig realistisch te geloven dat enkele maanden taskforcen een bestaande schoolcultuur – een belangrijk fundament van schoolbeleid - zomaar kan vervangen door een ‘betere’. Wat gaat die taskforce precies doen? Vanuit welke visie en wetenschappelijke onderbouw gaat zij handelen? En in welke mate zal het respect voor de autonomie van onderwijs en de professionaliteit van directie en leerkrachten bewaard blijven?
De minister wil duidelijk iets doen aan de sinds enkele jaren toenemende klachten in heel wat scholen over het weinig respectvolle gedrag van leerlingen (en hun ouders). Het siert haar dat zij dit probleem als eerste onderwijsminister erkent en concreet wil aanpakken. Tegelijk mis ik in al wat hierover gezegd en geschreven is een grondige analyse van oorzaken. Die zijn veel minder te vinden op school dan wel in de samenleving. Wie drie of vier decennia voor de klas staat zal met heimwee terugdenken aan het begin van zijn/haar carrière, toen (natuurlijk) gezag afdwingen van kinderen en jongeren, makkelijker was en ook door de ouders werd aanvaard. Wat is dan er gebeurd? Waarom staat het respect voor leerkrachten - of breder, voor alles waar een school voor staat - onder druk? Voor het antwoord op die vragen is ‘cultuuromslag’ een van de kernwoorden. Laat ik dat even concreet maken.
Waarom staat het respect voor leerkrachten - of breder, voor alles waar een school voor staat - onder druk?
De voorbije jaren begeleidde ik educatieve masterstudenten van onze universiteit tijdens een inleefreis in Zambia. De studenten kregen er een cultuur- en onderwijsbad in en rond de Nkrumah-universiteit van Kabwe, waar studenten worden opgeleid tot leerkracht. Zij woonden lessen bij in lokale publieke secundaire scholen, sommigen gaven er ook les. Door gebrek aan voldoende scholen en middelen voor onderwijs in het land telt een gemiddelde Zambiaanse klas al gauw 40, 60 en soms zelfs 80 leerlingen die op elkaar gepropt zitten op schoolbanken. In zulke context zou lesgeven bij ons zo goed als onmogelijk zou zijn, maar in Zambia lukt dat wel. Bij elk klasbezoek merkte ik dat klasmanagement voor de Zambiaanse leerkrachten nauwelijks een probleem was. Meer nog, doorheen de hele school ervaarde ik een cultuur van respect van de - overigens heel leergierige - leerlingen. En ook in andere scholen ging het zo.
Toen ik leerkrachten en ouders daarover bevroeg, was hun antwoord eenduidig: ‘Wij voeden onze kinderen op vanuit een respectmodel’. En ook: ‘Onze kinderen beseffen dat ze alleen door goed onderwijs kansen kunnen krijgen in de maatschappij. Ze kunnen het zich niet veroorloven door slecht gedrag van school te worden gestuurd’ en ook nog: ‘Als ouders door de directie naar de school worden ontboden omdat hun zoon of dochter iets heeft uitgespookt, dan gaat dit snel rond en ervaren zij schaamte en eerverlies in hun omgeving.’ Al deze antwoorden zijn terug te brengen tot dieper gewortelde culturele waarden die communicatie en gedrag bepalen. In hun boeiende boek ‘Culturele waarden en communicatie’, dat al twee keer is herdrukt, beschrijven Marie-Thérèse Claes en Marinel Gerritsen de kenmerken van culturen wereldwijd. Ze bouwen daarbij voort op het toonaangevende onderzoek van de Nederlandse economist Geert Hofstede. Zo onderscheiden ze meerdere tegengestelde paren van cultuurkenmerken, bijvoorbeeld individualistisch vs. collectivistisch of onzekerheidsvermijdend vs. onzekerheidsimmuun, of – in deze context – kleine machtsafstand vs. grote machtsafstand.
Machtsafstand gaat over (gevoel voor) hiërarchie: op het werk, in het gezin maar ook op school. In culturen met een grote machtsafstand is er een groot gevoel voor hiërarchie en dat uit zich onder meer in respect: je spreekt je baas, je ouders, je leerkrachten niet zomaar tegen, je doet wat je gezegd wordt als je je in een ondergeschikte positie bevindt. In veel niet-westerse culturen wordt de opvoeding van kinderen gekenmerkt door een dergelijke grote machtstafstand. Dat was ook bij ons het geval tot de jaren zestig van vorige eeuw, maar sindsdien is ons opvoedings- en onderwijsmodel meer kind/leerlinggericht geworden. Dat wil ook zeggen: horizontaler, democratischer, communicatiever, participatiever. We hebben ontdekt en geleerd dat ook jongeren kunnen bijdragen aan de maakbaarheid van de samenleving, hun stem mogen en moeten laten horen in het publieke debat enzovoort. Dat was en blijft een gezonde keuze, maar het heeft een prijs gehad: de democratisering van opvoeding heeft het hiërarchische karakter van gezins- en onderwijsmodellen zodanig afgezwakt dat de verhouding jongere-volwassene onduidelijk is geworden, vooral voor jongeren zelf. Het veronderstelde respect van jong naar oud toe is daardoor niet langer vanzelfsprekend en daar zien we in steeds meer scholen de uitwassen van.
De verhouding jongere-volwassene is onduidelijk geworden, vooral voor jongeren zelf.
Dit fenomeen is intussen versterkt door andere evoluties in de samenleving, zoals de toegenomen individualisering, de verschuiving van school naar internet als gerespecteerde of gewenste kennis/motivatiebron, de versterking van vooral mercantiele waarden wanneer over onderwijskwaliteit wordt gesproken, de groeiende (culturele) superdiversiteit en het lagere urgentiegevoel over school als leercentrum bij zowel jongeren als hun ouders. Over elk van deze zaken kunnen boeken worden geschreven, maar het mag duidelijk zijn: dit is veel meer dan een task force klasmanagement kan verhelpen. In die zin is Demirs plan weinig meer dan een doekje voor het bloeden. Een gedragsbeleid dat deze problematiek wil aanpakken overstijgt veruit dat van het domein onderwijs en het overstijgt ook dat van een legislatuur. Want we weten hoe het gaat: nieuwe ministers, nieuwe prioriteiten, vaarwel continuïteit. Wat hier aan de orde is, is een visie op wat voor samenleving we willen en, als dat duidelijk is, vanuit een multidisciplinaire aanpak beleid te voeren dat daar een evenwichtige sturing aan geeft. Dat is een proces van jaren en nog eens jaren en vraagt heel wat beleidskracht. Ergo: May the force be with us, not the task force.
Sinds jaargang nr. 53 verschijnt Impuls - Onderwijstijdschrift voor leidinggevenden bij uitgeverij Gompel & Svacina
Doe je zelf en je team een cadeau met een abonnement op Impuls
De rechtstreekse link naar een abonnement is: https://gompel-svacina.eu/product/impuls-abo/
Lees IMPULS – Onderwijstijdschrift voor leidinggevenden
Je onderwijsteam enthousiasmeren en engageren is cruciaal. Impuls helpt daarbij. Het biedt als enige onafhankelijk tijdschrift ter zake een waardevolle ondersteuning aan schoolleiders. Impuls publiceert vier keer per jaar artikelen, interviews, recensies en achtergrondinformatie over schoolleiderschap. Tussentijdse blogberichten geven kritische opinies bij de actualiteit.
Abonneren op het tijdschrift IMPULS:
https://gompel-svacina.eu/product/impuls-abo/

Reacties
Een reactie posten