Een gedragsbeleid begint niet op school Jan T'Sas - Universiteit Antwerpen Waar gaat het over? Deze blog gaat over klasmanagement. Hij gaat in op het actieplan van onderwijsminister Zuhal Demir om gewenst gedrag op school te bevorderen en ongewenst gedrag te begrenzen. Het plan bevat verschillende ingrediënten, zoals onder meer een task force die scholen tijdelijk kan overnemen, de verplichte gedragsexpert in elke school en de mogelijkheid voor schooldirecties om lockers van leerlingen te controleren. Mijn kritiek op dit plan is dat het een doekje voor het bloeden is, omdat de problematiek het domein onderwijs ver overstijgt. Ik ga ook dieper in op oorzaken van de ‘teloorgang’ van respect voor de leerkracht. Problemen met klasmanagement en gedragsbeleid op school? Onderwijsministe...
Op naar krachtige, inclusieve leeromgevingen in de B-stroom! - Ingeborg Placklé
op
Link ophalen
Facebook
X
Pinterest
E-mail
Andere apps
Op naar krachtige, inclusieve leeromgevingen in de B-stroom! - Ingeborg Placklé
Op naar krachtige, inclusieve leeromgevingen in de B-stroom!
In een recente peilingsproef behalen onvoldoende leerlingen de
minimumvereisten voor wiskunde. In het bijzonder in de B-stroom zijn de
resultaten zorgwekkend. Zo haalt voor getallenleer en
meetkunde respectievelijk amper 51 en 41 procent de minimumvereisten,
een basisgeletterdheid die elke leerling zou moeten beheersen om te
kunnen deelnemen aan onze maatschappij. 47% behaalt de eindtermen
getallenleer.
Een deel kan verklaard worden door het M-decreet en de veranderende
instroom die dat met zich meebrengt. Uit de peiling blijkt dat:
de leerlingen komen uit gezinnen met een lage socio-economische
situatie (38%) en uit het buitengewoon onderwijs (14%), een schoolse
achterstand (40%) hebben opgedaan, geen diploma lager onderwijs hebben,
een diagnose leerproblemen (41%) kregen, of thuis geen Nederlands spreken (20%).
Deze leerlingenkenmerken zijn belangrijke factoren die hun
leermogelijkheden negatief kunnen beïnvloeden, zijn belangrijke
voorspellers van lagere leerresultaten én maken leerlingen kwetsbaar
voor exclusie.
Een deel van de tegenvallende resultaten, kan tevens verklaard
worden door de sluiting van de scholen, wat leidde tot leerverliezen.
Deze leerverliezen zijn groter in scholen met meer kwetsbare leerlingen
zoals de leerlingenpopulatie in de B-stroom. Tot zo ver de resultaten
van de recente peilingsproef van wiskunde in de B-stroom.
Over leren in de B-stroom
Indien kwetsbare leerlingen meer afhankelijk zijn van de
leeromgeving op school, is het essentieel dat net in de B-stroom de
meest krachtige leeromgevingen worden vormgegeven.
Uit de peilingsresultaten blijkt echter dat leerkrachten in de
B-stroom doorgaans minder ervaring (gemiddeld 10 jaar versus 15 jaar in
de A-stroom) en een minder passend diploma hebben. Beide factoren dragen
bij tot effectiviteit van de leraar. Internationaal zien we een
vergelijkbare tendens. Beginnende leerkrachten, die zelf nog veel nood
hebben aan aanvangsbegeleiding, geven les aan de meest kwetsbare
leerlingen en daarenboven hebben deze leerkrachten vaak de minst
passende en kortste opleiding genoten. Het lerarentekort treft
daarenboven scholen met kwetsbare leerlingen het meest.
We zitten nu op het einde van het tweede jaar B-stroom. Stel dat we
deze tendens doortrekken naar het einde van de A-finaliteit, wat zijn
dan de gecumuleerde effecten op leerresultaten van jaar na jaar les te
krijgen van leerkrachten zonder passend diploma of van leerkrachten die
eens ze wat expertise hebben opgebouwd alweer vertrekken? Zeker in de
grootstedelijke context is dit nu reeds een realiteit.
Standaardtoetsen voor leerlingen in de B-stroom?
Allicht zijn de resultaten tevens een onderschatting van het reële
kunnen van onze leerlingen. De wijze waarop functioneel rekenen in
praktische situaties op ruime schaal bevraagd wordt, is niet helemaal
vergelijkbaar met het leren in de klas. In de klas werken we met
beeldmateriaal en concrete materialen. Een levensecht probleem wordt
daarbij visueel voorgesteld. Leerlingen worden het meest uitgedaagd door
levensechte, betekenisvolle taken.
Vormen de peilingsproeven dan een voldoende krachtige leeromgeving
die de leerlingen uitdaagt om het beste van zichzelf te geven?
Je kan de vraag stellen wat je kan met de gemiddeldes en procenten
van resultaten bij een extreem heterogene groep leerlingen. Vrijwel alle
leerlingen in de B-stroom hebben een eigen profiel van leerachterstand
of leermoeilijkheid. Daar kan je statistisch moeilijk mee weg.
Integendeel dergelijke procenten suggereren dat de aanpak van een
B-stroom precies hetzelfde moet zijn als voor een doorsnee populatie van
leerlingen waar je de gemeenschappelijke standaarden wel als basis kan
gebruiken. De B-stroom vraagt een aanpak zoveel mogelijk op maat van de
leerlingen en dus inhakend op hun specifieke context. Peilingsproeven
moeten we in een dergelijke situatie met de nodige kritische zin
aanschouwen. Uiteraard streven we ernaar om zoveel mogelijk leerlingen
de eindtermen te laten bereiken, maar dat kan moeilijk op basis van
gemiddeldes, waaraan geen enkele leerling uit die populatie beantwoordt.
De resultaten zijn een momentopname van wat leerlingen kunnen op het
einde van de B-stroom. Ze zeggen echter niets over de didactische
beginsituatie van deze leerlingen. Leerwinst van leerlingen kan dus niet
in kaart gebracht worden. Mogelijk hebben deze leerlingen een sterke
groei doorgemaakt tijdens de B-stroom, maar zien we dat nog onvoldoende
in de peilingsresultaten?
We kunnen op zoek gaan naar een alternatieve aanpak om het reële
potentieel van leerlingen in de B-stroom in kaart te brengen,
bijvoorbeeld door kleinschalige proeven in een authentieke setting op te
zetten. Leerlingen demonstreren dan dat ze inzicht hebben in het
oplossen van een levensecht en uitdagend rekenprobleem.
Toetsen bij deze leerlingen moeten een vorm aannemen als een
leerlingvolgsysteem, met uitsluitend diagnostische doeleinden. Een
dergelijk volgsysteem is een palet van toetsen, die naar verschillende
doelen peilen, aangepast aan de noden van de betrokken leerlingen. Zo
kunnen leerkrachtenteams de preciese didactische beginsituatie van
leerlingen in kaart brengen om van daaruit volgende stappen in de
ontwikkeling van hun leerlingen te kunnen opzetten. Een heldere kijk op
die beginsituatie, om vervolgens leeropbrengst te kunnen monitoren, is
immers essentieel bij deze zeer diverse leerlingenpopulatie. Zicht
krijgen op leervorderingen kan bijdragen aan een growth-mindset bij
zowel leerkrachten als leerlingen. Noem ze gerust een Vlaamse
toetsenbank vanuit diagnostisch oogpunt, passend voor een inclusieve
leeromgeving.
Inclusie zonder plaatsing in de normaalverdeling
Vanuit een brede equity-mindedness visie, waarbij we kijken naar wat
onze rol kan zijn in het realiseren van studiesucces voor elke
leerling, én vanuit een op rechten gebaseerde benadering, staan we hier
voor de uitdaging om deze kwetsbare doelgroep op te nemen in inclusief
onderwijs (European Agency for Special Needs and Inclusive Education,
2022). Lesgeven in de B-stroom vergt lesgeven in een inclusieve
leeromgeving waarbij we samen op zoek gaan naar de meest geschikte
manieren om in te spelen op de aanwezige diversiteit en een (eenzijdige)
aanpak gericht op tekorten vermijden. Een uitdagend curriculum met
ambitieuze inhouden is daarbij belangrijk voor elke leerling (Arnou,
Vanpeteghem, Placklé, Vandecandelaere, 2022).
Kwetsbare leerlingen zijn meer afhankelijk van de leeromgeving op
school. Het is daarom essentieel dat net in de B-stroom de meest
krachtige, inclusieve leeromgevingen worden vormgegeven. Toetsen in een
leerlingvolgsysteem bieden een meerwaarde omdat ze de optimale
leerkansen voor leerlingen én leerkrachten in kaart brengen. Daarin
kunnen ook traditionele vragenlijsten worden opgenomen
naast systematische observaties in de praktijk.
Het is uitzien naar de teams die nu reeds alle leerlingen maximale
leerkansen bieden, elke dag opnieuw. Vanuit hoge verwachtingen spelen ze
in op verschillen tussen hun leerlingen. Ze zetten in op het verhogen
van de motivatie tot leren en laten hun leerlingen opnieuw successen
ervaren en hun kwaliteiten ontdekken. Met dat doel voor ogen bereiden ze
samen een uitdagende leeromgeving voor, brengen het in de praktijk en
gaan ze binnen hun context na wat precies werkt en wat niet. Voor noden
van leerlingen die de basiszorg overtreffen, zoekt een multidisciplinair
team mee naar passende oplossingen.
Op die manier benaderen we zoveel mogelijk een inclusieve
leeromgeving voor deze niet-mainstream leerlingen. Expertise uit het
buitengewoon onderwijs is daarbij noodzakelijk om te vermijden dat teams
vaststellen dat de noden hun draagkracht overstijgen en er dus maar
gezocht wordt naar bijkomende investeringen, jawel, in het buitengewoon
onderwijs…
We kunnen er niet onderuit dat de B-stroom op dit moment ingericht
is vanuit een deficit-gedachte. Een start in de B-stroom die gestoeld is
op tekorten, kan je na twee jaar moeilijk ombuigen tot een bewuste
keuze voor een boeiende en uitdagende beroepsopleiding. Binnen een
krachtige, inclusieve leeromgeving waar leerlingen én hun leerkrachten
optimale leerkansen krijgen, successen kunnen ervaren en hun uiterste
best doen om verder te ontwikkelen, ligt een voedingsbodem die
leerlingen uitnodigt om bewust voor hun richting in de
arbeidsmarktfinaliteit te kiezen. Echter, deze leerlingen rangschikken
op basis van gestandaardiseerde toetsen voor de mainstream werkt
contraproductief. Door hun positie in een heterogene setting zullen ze
immers steeds aan de verliezende kant staan. Vergelijk hen niet met de
mainstream, maar met hun eigen vorige prestaties. Betere resultaten
zullen volgen!
Ingeborg Placklé , januari 2023
Bronnen
Arnou, C., Van Peteghem, H., Placklé, I., Vandecandelaere,
M. (2022). Effectieve leeromgevingen in de B-stroom. Systematische
Literatuurstudie. OBPWO.
Steunpunt Toetsontwikkeling en Peilingen. Peiling wiskunde in de eerste graad secundair onderwijs 2022. https://peilingsonderzoek.be/
Reacties
Een reactie posten